Om dierenwelzijn op een systematische en wetenschappelijke manier te benaderen, wordt de laatste jaren internationaal gebruik gemaakt van het Five Domains Model (5D) (Mellor et al., 2020). Dit model biedt een structuur om te analyseren hoe dieren zich voelen in relatie tot hun externe omstandigheden. Het geeft inzicht in hoe daaraan tegemoet te komen en het welzijn te verbeteren: “a good life” te geven in plaats van “a life worth living” wat we met de eerdere welzijnsrichtlijnen doen.
Het 5D model omvat vier functionele domeinen: voeding, fysieke omgeving, gezondheid en gedragsinteracties. Deze domeinen hebben invloed op elkaar en op het vijfde domein: de mentale staat van het paard. In dit artikel bespreken we elk van de vijf domeinen afzonderlijk.

Domein 1: Voeding (Nutrition)
Het eerste domein betreft voedsel- en waterbehoeften van het paard. Een goede voedingsstrategie houdt rekening met de individuele behoeften van het paard. Factoren als leeftijd, werkbelasting, gezondheidstoestand zijn medebepalend voor de kwaliteit en kwantiteit van het voer die nodig is om gezond blijven en tegemoet te komen aan de natuurlijke behoefte aan variatie in bv structuur, locatie, smaak, voedingswaarde etc. Paarden zijn geëvolueerd om gedurende 24/7 semipermanent ruwvoer op te kunnen nemen. Toch is het voor IJslanders (en vele andere paarden) een uitdaging om overgewicht te voorkomen terwijl ze 24/7 kunnen blijven knabbelen
Het basale welzijn wordt georganiseerd door:
- Het voeren van voldoende ruwvoer, dit zorgt dat het paard veel kan kauwen.
- Het paard nooit langer dan 6 uur zonder eetbaar ruwvoer is, eventueel door gebruik te maken van verantwoorde slowfeeders.
- Als het paard op het aanbod van ruwvoer niet gezond of in conditie blijft, krachtvoer/balancer toevoegen.
Een goed leven kan worden bevorderd door:
- Verschillende en gevarieerde soorten en/of kwaliteiten ruwvoer (tegelijk) aan te bieden, inclusief bv mogelijkheden om te browsen (bast van bomen te eten).
- Het paard te laten zoeken naar krachtvoer of het voedsel minder makkelijk bereikbaar te maken.
- Variatie in eet- en drink locaties en in bereikbaarheid/eetposities.
- Samen te kunnen drinken

Domein 2: Fysieke omgeving (Environment)
Het tweede domein gaat over de basisbehoeften in de fysieke omgeving. Paarden zijn sociale, op beweging gerichte dieren. Het is daarom voor paarden belangrijk dat kunnen kiezen wanneer te bewegen en altijd andere paarden kunnen zien ook tijdens het eten en rusten. 24/7 Weidegang lijkt de simpelste optie om alles te gelijk mogelijk te maken: vrije beweging, contact met soortgenoten en graasmogelijkheden. Maar in de praktijk is het niet eenvoudig om overgewicht van het paard of vernieling van het grasland te voorkomen. In een goed ontworpen groepshuisvesting is ook een optie, waarbij paarden bv zoveel mogelijk vrije beweging, voldoende beschutting, ontwijk en rust mogelijkheden kunnen gebruiken.
Het basale welzijn wordt georganiseerd door:
- Beschutting tegen extreme hitte (zon), insecten, regen en wind .
- Droge, schone en zachte rustplekken met voldoende ruimte om gemakkelijk (languit) te kunnen gaan liggen en makkelijk te kunnen opstaan.
- Voldoende ruimte om vrij te kunnen bewegen, latrines te maken en zichzelf te verzorgen o.a. door te rollen.
- Een goed stalklimaat, een schone, droge bodembedekking met voldoende ruimte om te kunnen liggen en contact met andere paarden bv zijn nodig, in het geval dat (tijdelijke) stalling in een individuele box nodig is.
Een goed leven kan worden bevorderd door:
- Het paard zelf zijn temperatuur kan regelen
- Kan kiezen wanneer en hoe en wanneer te rusten / slapen in een sociale omgeving.
- Zelf kan kiezen wanneer en hoeveel te bewegen.
- Er zelfverzorgingsplekken zijn waar het – zonder beschadigingen – zelf kan schuren.

Domein 3: Gezondheid (Health)
Dit domein richt zich op de lichamelijke gezondheid van het dier, dit omvat zowel preventieve gezondheidszorg (bijv. vaccinaties, gericht ontwormen, gebitscontrole, hygiëne, stimuleren van de natuurlijke weerstand, gewichts- en stalmanagement) als curatieve gezondheidszorg (behandeling van ziekte of blessure). In dit domein is het vooral de mens die hiervoor moet zorgdragen.
Het basale welzijn wordt georganiseerd door en een goed leven kan worden bevorderd door:
- Pijn, verwonding en ziekte snel herkent en adequaat behandeld moeten worden.
- Te zorgen voor goed stalmanagement om stofgebonden ziekten zoals bv luchtwegproblemen te voorkomen, denk aan goede ventilatie en hooi/kuil van goede kwaliteit
- Signalen van pijn of ongemak te (leren) herkennen, zoals verandering in gedrag, verminderde eetlust of kreupelheid.
- Eventueel bijhouden van een logboek, regelmatig uitvoeren van een (chronisch) pijnassessment protocol of een Quality of Life protocol om beslissingen eerlijk en verantwoord te kunnen nemen.
Domein 4: Gedragsinteracties (Behavioural interactions)
In dit domein gaat het om de behoeften van paarden om actief interacties te kunnen hebben met hun omgeving (A), andere paarden(B) en de mens (C).
4A. Omgeving.
Het paard heeft voldoende mogelijkheden om interactie met de omgeving te kunnen hebben. Paarden slapen niet de hele nacht, maar verdelen hun slaap over 24 uur. Dit betekent dat zij zowel overdag als ’s nachts interactie hebben met hun omgeving.
Het basale welzijn wordt georganiseerd door:
- Een situatie te creëren waarin het paard zoveel mogelijk natuurlijk gedrag kan uiten
- In geval stalling in een individuele box nodig is, veel tijd voor vrije beweging en sociaal contact te zorgen
Een goed leven kan worden bevorderd door:
- Aanbieden van wisselende verrijking van de omgeving. Bv fysieke en mentale uitdagingen zoals exploreren van geursporen, het zoeken naar locaties voor zelfverzorging. Verschillende bodems om op te bewegen
- Grote veranderingen geleidelijk te introduceren.
4B. Andere paarden
Het paard heeft voldoende mogelijkheden tot interactie met andere paarden. In de ideale situatie hebben paarden 24/7 de mogelijkheid tot fysieke sociale interactie met andere paarden. Gelukkig worden veel IJslanders in groepen 24/7 buitengehouden, waarbij dus continue interactie met andere paarden mogelijk is.
Het basale welzijn wordt georganiseerd door:
- 24/7 contact met andere paarden kunnen hebben (op wat voor manier dan ook).
- In sociaal stabiele groepen te leven en een goed introductie protocol te gebruiken
Een goed leven kan worden bevorderd door:
- De mogelijkheid zelf sociale partners te kiezen in een goed ontworpen groepshuisvesting (met uitwijk mogelijkheden).
- Jonge paarden de kans te geven “paardentaal” te leren spreken. door op te groeien in een sociale omgeving, met bv andere moeders, veulens en guste merries/ruinen.
- Na het spenen in groepen met paarden van verschillende leeftijden en zo mogelijk verschillende seksen verder op te groeien in een uitdagende omgeving (voor hengsten met andere hengsten en ruinen).
4C. Mensen
Een positieve interactie met mensen. Voor een paard is een vriendelijke, voorspelbare en dus consequente omgang door de mens essentieel om goed te kunnen functioneren. Dit is een sleutelfactor voor bevorderen van paardenwelzijn.
Het basale welzijn wordt georganiseerd door:
- Goede kennis hebben hoe paarden leren en hoe dat correct toe te passen.
Een goed leven kan worden bevorderd door:
- Eerlijk te zijn over je eigen kwaliteiten en daar rekening mee te houden.
- Niet te gaan rijden als je zelf ‘je dag’ niet hebt, laat je paard liever een dagje staan of ga freestylen of uitgebreid verzorgen.
- Paarden te trainen door middel van positieve trainingsmethoden (low stress handling).

Domein 5: Mentale toestand (Mental state)
In het laatste domein, de mentale toestand, komen alle ervaringen die het paard opdoet met de eerste vier domeinen samen (positief en negatief, uit heden en verleden).
Voorbeelden van gedragsindicatoren voor een positieve mentale staat zijn het vertonen van frequent rustgedrag, dagelijks plat op de zij liggen, vaak comfort gedragingen zoals rollen of lichaamsverzorging vertonen, veelvuldig met andere paarden krauwen, spelen of kop-aan-staart rusten, kalme en geïnteresseerde reacties op (plotselinge) uitdagingen en mensen
De positieve balans voor welzijn wordt verder bevorderd door:
- Het leren herkennen van de gedragsindicatoren voor een positieve en negatieve mentale staat.
- Het leren inspelen op de mentale staat van het paard, bijvoorbeeld door te werken aan de overige vier domeinen.
Conclusie
Door bewust te zijn van de vier domeinen en deze op positieve manier te bevorderen, draag je bij om de mentale staat van het paard te verbeteren: “a good life” te geven. Hoe aan deze vier domeinen invulling wordt gegeven is voor iedere situatie anders, maar ook kleine aanpassingen kunnen een groot effect hebben op het welzijn van je paard.
Auteurs: Machteld van Dierendonck en Carolien de Lauwere namens de Welzijnscommissie
Referenties:
Mellor, D. J., Beausoleil, N. J., Littlewood, K. E., McLean, A. N., McGreevy, P. D., Jones, B., & Wilkins, C. (2020). The 2020 Five Domains Model: Including Human–Animal Interactions in Assessments of Animal Welfare. Animals, 10(10), 1870. https://doi.org/10.3390/ani10101870
World Horse Welfare (z.d.). Using the five Domains to assess horse welfare. https://storage.googleapis.com/worldhorsewelfare-cloud/2023/12/5d1e6a99-the-5-domains-of-animal-welfare-new-121223-v3.pdf
Waran and Evans (2024) White paper Good welfare for Equids. https://www.eurogroupforanimals.org/files/eurogroupforanimals/2025-05/2025-E4A-Equids-screen%20%281%29.pdf